Wanneer er bij een paar na een jaar regelmatig onbeschermd seksueel contact nog geen zwangerschap is ontstaan, spreken we van verminderde vruchtbaarheid ofwel subfertiliteit. Ongeveer 1 op de 6 paren krijgt te maken met een vruchtbaarheidsprobleem. De oorzaak hiervan ligt bij ongeveer één derde van de gevallen bij de man, één derde van de gevallen bij de vrouw en één derde van de gevallen is het onduidelijk. De kans op zwangerschap hangt van verschillende factoren af. Daarom worden beide partners in het zorgtraject betrokken. Het traject begint met een (medische) voorgeschiedenis en het oriënterend fertiliteitsonderzoek voordat er een diagnose gesteld kan worden. Veel kennis over de vruchtbaarheid kan al worden verkregen door informatie over het paar, zoals leeftijd, leefstijl (alcohol, roken, bewegen), gewicht en medicatiegebruik. Diagnostiek wordt verder uitgevoerd met onderzoeken om te kijken waar de verminderde vruchtbaarheid vandaan komt.
Diagnostiek voor de man
Voor de man is het voornaamste diagnostiek het semenonderzoek. Tijdens het semendiagnostiek wordt het semen onder de microscoop onderzocht. Er wordt gekeken naar:
- De hoeveelheid zaadcellen (aantallen)
- De mate van bewegelijkheid (motiliteit)
- De vorm van de zaadcellen (morfologie)
Op basis hiervan wordt berekend hoeveel goed bewegende zaadcellen er in een sample (en mogelijk na bewerking van het semen) aanwezig zijn. Dit wordt vaak uitgedrukt in de zogeheten VCM-waarde (volume x concentratie x motiliteit). De World Health Organization (WHO) heeft referentiewaarden beschreven van normaal semen (WHO lab manual). De uitkomst van het onderzoek helpt bij het stellen van de diagnose waarvoor het semen geschikt is: IUI, IVF of ICSI.
Als de kwaliteit van het semen iets lager is, kan zwangerschap nog steeds mogelijk zijn. De kans op zwangerschap is echter kleiner of heeft extra ondersteuning nodig.


Diagnostiek voor de vrouw
Er zijn veel verschillende onderzoeken mogelijk om te bepalen waarom een zwangerschap uitblijft. Welke onderzoeken worden gedaan, hangt af van de persoonlijke situatie.
Veelvoorkomende diagnostiek:
- Onderzoek naar de baarmoeder en eierstokken.
Met een echo wordt gekeken naar de vorm en de grootte van de baarmoeder, de dikte van het baarmoederslijmvlies en of er eventuele afwijkingen te zien zijn. Aan de eierstokken kan gezien worden of er beginnende follikels (eiblaasjes) zijn (zie hieronder bij eicelvoorraad) en of er mogelijk een follikel aan het groeien is waarin een eicel rijpt (afhankelijk van cyclusmoment). - Onderzoek of de eileiders open zijn.
Soms zijn de eileiders (gedeeltelijk) verstopt, waardoor de zaadcel de eicel niet kan bereiken. Mogelijk oorzaken zijn bijvoorbeeld een eerdere operatie, endometriose of een ontsteking na chlamydia-infectie. Met bloedonderzoek is te achterhalen of ooit een chlamydia-infectie is geweest. Daarnaast kan in het ziekenhuis worden onderzocht of de eileiders open en doorgankelijk zijn. - Onderzoek of er een eisprong (ovulatie) is.
Om te onderzoeken of er een eisprong plaatsvindt, kan tijdens de cyclus in het bloed progesteron bepaald worden of wordt via meerdere echo’s gevolgd of er een eicel rijpt. - Onderzoek of er voldoende eicelvoorraad is.
De hoeveelheid beschikbare eicellen neemt af met de leeftijd. De eicelvoorraad kan bijvoorbeeld onderzocht worden door met een echo te kijken naar het aantal beginnende follikels ofwel de voorraad in de eierstokken of via bloedonderzoek naar de concentratie van anti-Müller hormoon (AMH). - Onderzoek naar hormonen in het bloed.
Veel voorkomende hormonen die bepaald worden zijn:- Progesteron voor ovulatie (zie hierboven)
- AMH voor eicelvoorraad (zie hierboven)
- Follikelstimulerend hormoon (FSH) geeft informatie over hoe goed de eierstokken werken en hoeveel eicellen er nog zijn.
- Luteïniserend hormoon (LH) speelt belangrijke rol bij eisprong. Samen met FSH laat deze zien of de hormoonbalans van de cyclus goed verloopt.
- Oestradiol geeft informatie over de eierstokken, rijping van eicellen en opbouw van het baarmoederslijmvlies.
- Schildklier stimulerend hormoon (TSH) zegt iets over de werking van de schildklier welke belangrijk is voor regelmatige cyclus en gezonde zwangerschap.
- Prolactine kan bij te hoge waarde de eisprong onderdrukken.