ICSI is de afkorting voor Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie. ICSI1Met de ICSI procedure wordt één zaadcel in de eicel geïnjecteerd.

De zaadcellen worden eerst in een stroperige vloeistof geplaatst om ze individueel te kunnen selecteren en vangen in de naald. Selectie vindt plaats op basis van het uiterlijk van de zaadcellen (geen afwijkingen) en hun beweeglijkheid.

In de IVF laboratoria in Nederland worden in het algemeen alleen beweeglijke zaadcellen geïnjecteerd die geïsoleerd worden uit het bewerkte sperma. In een aantal centra wordt onderzocht of de injectie van beweeglijke zaadcellen geïsoleerd uit de testis (TESA) of uit de bijbal (MESE,PESA) vergelijkbare resultaten laten zien. Alleen rijpe eicellen worden geïnjecteerd

Eén dag na de inseminatie is te zien of een eicel bevrucht is of niet. Een bevruchte eicel heeft twee voorkernen (2 pronucleï). De bevruchtingskansen na inseminatie met de ICSI procedure zijn vergelijkbaar met die na IVF. De verdere ontwikkeling van het embryo en de terugplaatsprocedure is eveneens gelijk aan die van de IVF procedure.

ICSI3De injectie naald wordt gemaakt uit uitgetrokken verwarmde glas- capillairen. Het puntje van de glasnaald wordt schuin geslepen. Alleen onder de microscoop is de punt van de naald te zien. De injectie procedure wordt uitgevoerd met behulp van een microscoop en micromanipulatoren om de naalden te besturen.

 

Inloggen