IUI2Zowel bij intra uteriene inseminatie (IUI) en als bij kunstmatige inseminatie met donor zaad (KID) wordt het zaad ingebracht op het juiste moment na de eisprong (ovulatie). De eisprong kan worden vastgesteld door echo onderzoek of door hormoon (LH) bepaling dat de eisprong opwekt. De eisprong kan opgewekt worden door een injectie met het hormoon hCG waarna het zaad getimed geïnsemineerd kan worden.

Donor zaad is geselecteerd op goede kwaliteit en kan onbewerkt (oorspronkelijk semen) in de vagina worden gebracht. Het slijm in de cervix selecteert de zwemmende zaadcellen.

Behandelingen met behulp van de IUI techniek wordt meestel toegepast met zaadcellen van de partner indien de de oorzaak van de ongewenste kinderloosheid berust op een "mannelijke factor". In geval de kwaliteit van het zaad beperkt is wordt het zaad met een katheter voorbij de cervix in de baarmoeder gebracht. In het laboratorium wordt de selectieve werking van het cervix slijm nagebootst door het oorspronkelijke semen over een sedimentiatie gradiënt af te draaien zodat alleen de IUI1beweeglijke zaadcellen overblijven voor inseminatie.

De IUI behandeling kan toegepast worden in een normale cyclus van een vrouw waarbij één follikel uitrijpt en één eicel vrijkomt of in een licht gestimuleerde cyclus waarbij 2 tot 3 eicellen vrijkomen. Door deze drie optimalisaties (timing, cervix passage en stimulatie) is de kans op een zwangerschap per IUI cyclus ongeveer 8 - 10%. Na 6 IUI cycli is 35 - 40 % van de paren met een langdurige kinderwens alsnog zwanger.

Indien de zwangerschap na 6 tot 9 cycli uitblijft kan een verdere optimalisatie van de bevruchtingskans met IVF of ICSI de voorkeur hebben. 

Inloggen